Column: Een plek om te schuilen

27 oktober 2026

bomen maan

Als boswachter op Natuurbegraafplaats De Utrecht zie ik dat het bos altijd in verandering is. Maar in deze tijd van het jaar is dat extra duidelijk. Door de kortere dagen en het zwakkere zonlicht krijgen bomen en planten minder energie. Ze stoppen met het aanmaken van chlorofyl (bladgroen) waardoor mooie herfstkleuren zichtbaar worden. En vervolgens lten ze de bladeren los die dan zachtjes neerdwarrelen op de bosgrond. Het lijkt alsof de natuur zich klaarmaakt om een stapje terug te doen. Meer naar binnen te keren.

Op de heide valt mijn oog op een roodborsttapuit. ‘Onze roodborsttapuit’ noem ik hem ook weleens. Want in de zomer is dit kleine vogeltje een vertrouwde bewoner van ons gebied. Vaak zit deze in de top van een specifieke jeneverbes, vanwaar het de heide scherp in de gaten houdt. Met zijn donkere kop, roestbruine borst en lichte halsband is het een opvallende verschijning. Maar nu de dagen korter worden en het voedsel schaarser, maakt hij zich op voor vertrek. De komende tijd verruilt hij onze heide voor een warmer gebied in het zuiden van Europa, mogelijk vliegt hij zelfs door naar Noord-Afrika.

Ook onder onze voeten gebeurt van alles. Zodra de eerste vorst zich aankondigt, zoeken de vele amfibieën en reptielen die we inmiddels in ons gebied hebben, een beschutte plek om de winter door te komen. Ze kruipen weg onder bladeren, tussen wortels of in de grond. Op onze begraafplaats leggen we bij elk graf een schijf van een boomstam met hierop de naam van de overledene. In de zomer zien we hagedissen en andere kleine diertjes geregeld boven op zo’n naamschijf zich opwarmen in de zon. In de winter vinden ze soms juist onder zo’n houten naamschijf de beschutting die ze zoeken. Daar maken ze dan een kuiltje waar ze inkruipen. Vaak met meerdere soortgenoten bij elkaar, dicht tegen elkaar aan, wachtend op warmere tijden. Een troostende gedachte om te zien dat bij een graf het leven zo dichtbij is.   
|

Het blijft bijzonder om te zien hoe het leven zich aanpast aan de seizoenen. Ik vertel u er graag meer over als we elkaar treffen in ons gebied. De natuur weet wanneer het tijd is om te vertrekken, wanneer het tijd is om stil te worden en wanneer het tijd is om een veilige plek op te zoeken. Misschien herkennen we daar als mens iets in. Ook wij trekken ons in de herfst en winter wat vaker terug. We zoeken de warmte van thuis en nemen soms meer tijd om stil te staan bij wie en wat echt belangrijk is. Waarbij ondertussen de natuur rustig doorademt.

En onze roodborsttapuit? Ik kijk er nu al naar uit wanneer die me ergens in de vroege lente weer voor het eerst begroet.

Van onze boswachter Bosse van Swaaij